Ameide

From Heraldry of the World
Jump to: navigation, search
Logo-new.jpg
Heraldry of the World
Heraldiek van alle landen
Netherlands.jpg
Netherlands heraldry portal
Nederlandse heraldiek
Nederlandse gemeentewapens
Netherlands-flag.gif
(Dutch only/alleen Nederlandstalig)
(in English)


AMEIDE

Provincie  : Zuid Holland
Opheffing  : 1986 Zederik, Giessenlanden
Toevoegingen : -

I : 24 juli 1816
" Van lazuur beladen met een pal en verzeld van 2 smallere, alles van goud."

NB : de gemeente voert boven het schild een helm, zonder helmkleden, met een helmteken bestaande uit 2 aan de polsen geboeide en geharnaste armen.

Wapen van Ameide

Oorsprong/verklaring

De oorsprong van het wapen is niet bekend, hoewel Sierksma een sprekende verklaring probeert te geven door te stellen dat een (h)ameide een hekwerk of afrastering is.

In een brief van de burgemeester van 4-4-1815 wordt het wapen afgebeeld op een zegelstempel, inclusief de helm met helmteken. De kleuren werden niet ggeven en dus werd het wapen in rijkskleuren verleend. De kleuren van het wapen waren oorspronkelijk rood met drie zilveren palen. In deze vorm wordt het afgebeeld op de bodebus van Ameide, die uit de vroege 17e eeuw stamt.

Van Ameide zijn 3 zegels bekend, het eerste uit 1527 vertoont een tempel met 4 zuilen. In 1608 verschijnt een schild beladen met 2 palen, gedekt door een gesloten helm en met het helmteken. Randschrift Dit is het poortsegel van der Amyde. Een identiek zegel zonder randschrift uit deze tijd is ook nog bekend.

De oorsprong van het wapen kan gezocht worden in het wapen van de Heren van Goor. Ameide is waarschijnlijk gesticht door de Heren of Graven van Goor.

Wapen van {{PAGENAME}

Het wapen van Ameide in de Oldenkott albums +/- 1910
Wapen van {{PAGENAME}

Het wapen van Ameide in de Koffie Hag albums +/- 1930
Wapen van Ameide

Briefhoofd van voor 1940


Literatuur : archief Hoge Raad van Adel ; vdBergh, 1878; Sierksma, 1968; Agterberg, 1990; De Groot 'Nieuwe gezichtspunten aangaande de oorsprong van het geslacht de Vos van Steenwijk', in de Nederlandse Leeuw, IV (1937), 385