![]() |
Heraldry of the World The largest heraldry site on the net, with presently |
|
KERKWIJK
Provincie : Gelderland I : 10 september 1923 "In keel 3 palen van paalvair en een schildhoofd van goud beladen met eenen gaanden leeuw van keel." II : 28 december 1960 "In keel 3 palen van vair en een schildhoofd van goud beladen met een gaande leeuw van keel."
![]()
Oorsprong/verklaring :
De familie De Cocq had bezittingen op diverse plaatsen in de gemeente,
nl Kerkwijk, Bruchem en Delwijnen. Kerkwijk kwam waarschijnlijk
al in 1265 aan Rudolf van Châtillon, Bruchem en Delwijnen
worden in 1294 genoemd als lenen van Gerrit de Cock (een kleinzoon
van Rudolf van Châtillon). In latere eeuwen zijn de heerlijkheden
overgegaan in andere handen. De heerlijkheid Kerkwijk en Bruchem
wordt in 1610 gesplitst.
Bij het ontwerp van het wapen in 1923 werd het basiswapen Châtillon
gebruikt, met in het schildhoofd de toevoegingen van de verschillende
takken, die in de gemeente van belang waren. Rechts zou de uitkomende
leeuw van De Cocq van Bruchem, heren van Kerkwijk en Bruchem,
moeten komen, links een ruiterspoor van De Cocq van Delwijnen.
Deze herkenningstekens zijn terug te vinden op zegels van de verschillende
geslachten. De Hoge Raad van Adel maakte echter bezwaar, aangezien
niet bewezen kon worden det de familie De Cocq van Dewijnen daadwerkelijk
met de heerlijkheid Delwijnen was beleend. Wel heeft de familie
grote invloed gehad in Delwijnen, waarschijnlijk als onderheren
onder de heren Van Vianen. Hierdoor eist de Hoge Raad van Adel
dat het spoorrad wordt verwijderd. Het oudste zegel van Gerrit
de Cocq van Bruchem dateert uit 1391 en vertoont in het schildhoofd
een leeuw met een ruiterspoor op de borst. De Hoge Raad vond dat
te gedetailleerd en wenste alleen een leeuw. Echter een uitkomende
leeuw is onmogelijk gezien de gelijkenis met Est en Opijnen (zie
aldaar). Als voorstel wordt daarom een gaande leeuw voorgesteld,
wat de goedkeuring van de gemeente kan wegdragen.
Dit wapen wijkt nogal sterk af van het wapen van de gelijknamige
ambachtsheerlijkheid. Die werd op 7 oktober 1818 bevestigd in
het gebruik van het volgende wapen :
"In zilver een kerk met aan de linker kant een toren, van
keel, gedakt van azuur, staande op een losse grond van sinopel."
Dit is een sprekend wapen. Onduidelijk is of de heerlijkheid dit
wapen ook in vroeger tijden had gevoerd.
De heerlijkheid Bruchem voerde eveneens een eigen wapen, namelijk
een gedeeld schild, I van zilver, II van keel, waarover een rad
van het een in het ander. De naaf van het rad is van goud. Boven
het rad staan 3 blokjes van keel, onder 3 van zilver. Het is mogelijk
dat dit rad afkomstig is van het wapen van Gerrit de Cocq van
Bruchem, zie boven.
Het gemeentewapen is dus noch identiek aan de wapens van de verschillende
familiewapens, noch aan dat van de opgeheven heerlijkheden.
In 1960 werd voor de nieuwe gemeente het wapen herbevestigd. Nederhemert
voerde eveneens een wapen gebaseerd op het Châtillon wapen,
Gameren voerde een geheel ander wapen. Ook Gameren is echter een
bezit geweest van een tak van de familie de Cocq (de Cocq van
Waardenburg). Aangezien alle dorpen in de gemeente ooit in bezit
geweest zijn van het geslacht de Cocq, was een wapenwijziging
niet nodig.
Literatuur : Dumont en Kleijnen, 1992
|
|
Home © Ralf Hartemink 1996, -> See also my other sites Food-Info.net and Food Dictionary |